Amerika. Het land van onbegrensde mogelijkheden: the American Dream. De Verenigde Staten zijn met meer dan 325 miljoen inwoners het op twee na grootste land ter wereld in bevolking (na China en India) en in oppervlakte (na Rusland en Canada). Je kunt er simpelweg niet omheen. Ik dacht het land wel te kennen van films, televisieseries, reclames, het journaal of de krant. Bovendien kon ik de Amerikanen al verstaan toen ik nog maar een klein meisje was, omdat ik luisterde naar hun taal op tv terwijl ik meelas met de Nederlandse ondertiteling. Langzamerhand had ik me er een beeld van gevormd en werd ik steeds nieuwsgieriger naar dit gigantische land en hoe het er écht zou zijn. Zoals dat altijd gaat met bestemmingen trekken ze je op een gegeven moment zó hard aan dat je er naartoe moet. In september van dit jaar was het EIN-DE-LIJK zo ver en heb ik met een vriendin een epische roadtrip langs de westkust gemaakt. In mijn vorige blogs kon je alles lezen over onze eerste week in de USA: Route 66, Grand Canyon, Antelope Canyon, Monument Valley, Arches, Capitol Reef en Bryce Canyon. In deze blog lees je meer over prachtige nationale parken en Las Vegas. Yeah baby!

Eins, zwei polizei

Woops, I did it again. Nog geen week in Amerika en al twee keer met zwaailichten van de weg gehaald omdat ik een tikkeltje te hard reed. Eén keer door de Highway Patrol in Arizona en één keer door de plaatselijke sheriff in Utah. Soms word ik zo moe van mezelf! Ik vind het gewoon moeilijk om me aan flauwe regeltjes te houden en word intens gelukkig van keihard autorijden met nog veel hardere muziek aan. In Nederland heb ik Flitsmeister en neem ik het met de meeste regeltjes niet zo nauw (vaak is er bij een aanhouding wel wat ruimte voor onderhandeling of eigen interpretatie, heb me al onder menig boete uit weten te lullen). In de VS zijn ze echt compleet tegenovergesteld. Zo zie je overal langs de wegen bordjes met de naam van de plaatselijke sheriff erop. Daarnaast zijn ze niet zuinig met borden vol verboden en geboden. De snelheden zijn kinderachtig laag. Maar ja, dit keer ben ik er goed vanaf gekomen met twee waarschuwingen. Met mijn verkeersboetes uit IJsland (achthonderd euro) en Ibiza (driehonderd euro) nog vers in mijn geheugen gegrift besloot ik na de tweede waarschuwing dan maar om me de rest van de vakantie braaf aan de regeltjes te houden. BORING! Dan maar op de cruisecontrol met een dwangbuis voor mijn rechtervoet.

Zion National Park

Bij Zion National Park waren we van plan om één van de zwaarste hikes te gaan doen naar de top van een klif: Angels Landing. Het was echter weer eens bloedheet en we waren stiekem best moe van alle inspanningen de dagen ervoor. Daarom weet ik niet zo goed of het gelukkig was of helaas dat precies toen wij aankwamen bij Zion, veel trails waren afgesloten uit veiligheidsoverwegingen (lees: overstromingen en rotsen die naar beneden kwamen donderen, waardoor er al de nodige mensen waren verongelukt en verdwenen). Alleen de wat makkelijker betreedbare gebieden van het park waren open voor publiek. Absoluut jammer dat de hike niet door kon gaan maar stiekem ook wel lekker dat we eens een wat minder fysiek uitputtende reisdag hadden. Bovendien hebben we alsnog gave dingen gezien. Liepen we nietsvermoedend door de Amerikaanse natuur, kroop er opeens een gigantische tarantula voorbij. Ieeeeuw! Naast giftige spinnen hebben we ook gemuteerde eekhoorntjes gezien: gigantisch dikke vette smerige eekhoorns die zoveel gevoerd zijn door domme toeristen dat ze net als de Amerikanen zelf aan morbide obesitas leiden. Als suikerjunkies op zoek naar hun volgende kick vielen ze mensen lastig en bedelden ze om eten (ze ritselden zo de energiereepjes uit je backpack). Gelukkig stond er een boete van honderd dollar op als je ze toch zou voeren. Best triest om deze ooit zo schattige diertjes nu zo verslaafd te zien.

Las Vegas

Zion vonden wij vooral heel leuk omdat het er zo mooi groen en waterrijk was. Immers bevonden we ons al een week temidden van de rode Amerikaanse woestijn en ondanks dat dit prachtig was, waren we ook wel toe aan wat meer kleur in ons leven. We konden dus onze lol op met alle watervallen in Zion en de hike die we daar dwars door een ijskoude rivier hebben gemaakt. Overigens hebben wij die tocht niet helemaal afgemaakt, omdat wij niet wisten dat je van tevoren handige waterschoenen kon huren zodat je geen last zou hebben van de pijnlijke kiezelsteentjes onder je tere blote voetzooltjes. Tip voor jou als je hiernaartoe gaat: huur die verdomde waterschoenen en maak die fucking hike af (doe het voor ons)! Nu wisten we al wel dat Amerika een land is van uitersten, maar dat contrast was pas echt goed merkbaar toen we vanuit de rust van Zion rechtstreeks de drukte van Las Vegas inreden. Oh man, ik weet niet eens waar ik moet beginnen om deze knettergekke stad te omschrijven. Het is precies wat je verwacht wanneer je de film ‘The Hangover’ hebt gezien. Overal staan rare mensen op straat. Naakt, verkleed, aan de drugs of naar de kloten. Overdag is het er belachelijk heet. Zó heet dat we ons buiten eigenlijk niet konden bewegen. Gelukkig is alles er vierentwintig uur per dag open en hebben ze in de casino’s geen klokken opgehangen, zodat de gokkers worden aangemoedigd om de tijd te verliezen en zo lang mogelijk door te spelen. Wij waren blij dat we de hele middag konden schuilen voor de hitte in die gigantische casino’s en luxe overdekte winkelcentra vol pracht en praal (en airco).

Fear and loathing

Die casino’s zijn zo groot dat we er letterlijk verdwaalden en met gokken ging het ons niet al te best af. Al gauw besloten we dat het huis altijd wint en dat wij maar gierige Hollanders zijn, dus hebben we ons geld verstandig geïnvesteerd in de Victoria’s Secret winkel. De service daar was fenomenaal: heel wat anders dan die ongeïnteresseerde zestienjarige verkoopmedewerkers die hier in Nederland de dienst uitmaken op zaterdagmiddag (mijn vriendin kwam er na ruim dertig jaar eindelijk achter wat nou haar werkelijke behamaat was). Het was een hele belevenis om overal lekker rond te loeren, niet alleen bij de casino’s en de shoppingmalls maar uiteraard ook op de strip. En als je dan toch met geld wilt smijten in de hoofdstad van het kapitalisme, dan maar aan leuke dingen zoals cocktails en een ritje in de rollercoaster met uitzicht op de stad. Alles is namelijk achterlijk duur en voor een gave show betaal je al gauw honderden dollars, maar als je in Vegas bent mag je de glitter en glamour van zo’n show eigenlijk niet missen. Wij hebben last-minute met korting kaarten kunnen regelen voor een onwijs leuke goochelshow van David Goldrake in het Tropicana Theater en mochten zelfs helemaal vooraan zitten op plekken die eigenlijk veel duurder waren (zaten we letterlijk voor een dubbeltje op de eerste rij, keurig!). Enige prijs die we daarvoor moesten betalen is dat ik mee moest doen met de show (en ik heb zwaar podiumvrees, dus dat was best een dingetje). Heb desondanks heel dapper de hele tijd zijn goocheldoosje bewaakt met mijn leven, tot hij daar aan het einde van de show van alles uit tevoorschijn begon te toveren.

Death Valley

Nu dachten we dat Las Vegas betoverend heet was. Toen waren we duidelijk nog niet in Death Valley geweest. Gossiepietje zeg! Het is ons inmiddels wel duidelijk waarom dat nationaal park zo heet. Wát een dooie bedoening. Het is er zo gortdroog en teringheet dat er niks aan plantjes of boompjes kan groeien. Eigenlijk is het één grote gele zandbak en met een temperatuur van ver boven de vijftig graden zagen we een uitgebreide verkenningstocht niet zo zitten. Nog nooit eerder heb ik het ergens zó heet gehad (behalve misschien op Dominator Festival tijdens een hittegolf, maar dat terzijde). Zelfs in de Australische woestijn stond ik fluitend een huis te schilderen in vijfenveertig graden. Vijfenvijftig graden is écht een compleet andere ervaring. Wij vonden het wel leuk om door het park heen te rijden, maar onze SUV vond dat ietsjepietsje minder. Toen we noodgedwongen de airco uit moesten zetten om te voorkomen dat de motor oververhit zou raken knepen we hem wel eventjes. Je zal er maar vast komen te staan met autopecht middenin die verlaten woestijn. Brrr, dan krijgt de naam Death Valley een hele andere lading (zoveel mensen komen er niet voorbij gereden op een dag). Gelukkig hebben we het overleefd en kwamen we heelhuids aan bij Giant Forest.

Kings Canyon

Het was best een overgang van één van de heetste gebieden op aarde naar een lekker fris bos dat volstaat met de grootste bomen ter wereld (die Sequoia Trees zijn met vijfentachtig meter hoogte zó reusachtig groot dat ik ze niet eens fatsoenlijk op de foto kreeg). We vonden het heus wel geinig om langs die tweeduizend jaar oude mammoetbomen te lopen, maar het was een zeer drukbezochte plek met veel toeristen (en als er teveel mensen zijn gaat de charme er gauw vanaf). De Kauri bomen die ik tijdens mijn reis door Nieuw Zeeland heb gezien vond ik vele malen indrukwekkender. De rest van de dag zijn we maar op eigen houtje rond gedwarreld door Kings Canyon National Park. De autoroute die door het park leidt is op zichzelf al heel mooi dankzij de vele bochten en het constante klimmen en dalen, waardoor je steeds een ander uitzicht had op de uitgestrekte bossen. De blaadjes begonnen in september al te verkleuren in tinten groen, geel, rood, oranje en bruin. Als je net als wij houdt van zulke heerlijke herfstkleurtjes moet je hier beslist in dat jaargetijde naartoe: hello Indian Summer! Met een fijne playlist aan baanden we ons een weg door het park langs granieten bergtoppen, stiekem fantaserend over hoe het zou zijn om hier met de motor te rijden en alle bochtjes plat te kunnen pakken. Hier en daar stapten we uit om een mooie waterval te bekijken of een wandelingetje te maken over groene weiden vol kleurige wilde bloemen.

Yosemite National Park

Om de hoek bij Kings Canyon vind je het wereldberoemde Yosemite National Park. Dat natuurpark staat vooral bekend om Yosemite Valley: een door gletsjers ontstaan dal met steile granieten rotswanden. Ik had me er helemaal op verheugd om hier allemaal toffe hikes te doen, onder andere naar Amerika’s langste waterval en naar wat mooie meren. Helaas was het dit jaar bizar droog en zijn er grote bosbranden geweest. Hierdoor stroomde er een armetierig straaltje in plaats van een woeste waterval en stonden de ooit zo schitterende meren droog. Wij besloten het park dan maar te verkennen per fiets. De fietsroute door de vallei viel een beetje tegen en bovendien was het superdruk, waardoor het eigenlijk meer leek op een gigantische camping dan op een natuurpark. Na een middagje waren we er wel klaar mee. Gelukkig stond ons nog een leuke verrassing te wachten toen we het park uitreden. We zagen een paar boswachters in de bosjes turen en ja hoor, daar zat ‘ie dan. Op een boomstronk, heel relaxed te chillen. Een wilde beer spotten stond nog op mijn bucketlist en ik had nooit verwacht er nog eentje te zullen zien die dag! Overigens zijn die beesten in Yosemite best wel link. Ze zijn een beetje gewend geraakt aan mensen en superslim, want ze slaan gerust je auto in als ze daar een reep chocola in zien liggen of iets anders te vreten. Al ons eten moesten we daarom in speciale manden bewaren. Verder zagen we nog een wilde coyote (en wij maar denken dat het een simpel vosje was) en hebben we een complete familie eland een meertje zien oversteken: vader, moeder en twee kleintjes. Zo lief! Ben jij benieuwd naar onze verdere avonturen in Amerika? Lees dan mijn volgende blog!

Widgets Magazine