Amerika. Het land van onbegrensde mogelijkheden: the American Dream. De Verenigde Staten zijn met meer dan 325 miljoen inwoners het op twee na grootste land ter wereld in bevolking (na China en India) en in oppervlakte (na Rusland en Canada). Je kunt er simpelweg niet omheen. Ik dacht het land wel te kennen van films, televisieseries, het journaal of de krant. Bovendien kon ik de Amerikanen al verstaan toen ik nog maar een klein meisje was, omdat ik luisterde naar hun taal op tv terwijl ik meelas met de Nederlandse ondertiteling (handig: een moeder met een ‘The Bold & The Beautiful’ verslaving, nu niet meer hoor!). Langzamerhand had ik me er een beeld van gevormd en werd ik steeds nieuwsgieriger naar dit gigantische land en hoe het er écht zou zijn. Zoals dat altijd gaat met bestemmingen trekken ze je op een gegeven moment zó hard aan dat je er naartoe MOET. In september van dit jaar was het EIN-DE-LIJK zo ver en heb ik met een vriendin een epische roadtrip langs de westkust gemaakt. In deze blog lees je alles over onze eerste dagen in de USA.

Barbie & Ken in een roze vliegtuig

In mei ben ik met het typische knalroze vliegtuig van WOW Air al eens naar IJsland gevlogen (en geloof mij als ik zeg dat elk meisje diep in haar hart gewoon dolgraag in een roze vliegtuig wil vliegen, ook stoere meisjes waarvan je het niet verwacht). Die vlucht is me zo goed bevallen dat we in september met dezelfde luchtvaartmaatschappij via IJsland naar Amerika zijn vertrokken. Niet alleen zijn ze honderden euro’s goedkoper dan KLM omdat ze bezuinigen op bijvoorbeeld filmpjes aan boord (die kan je op je eigen telefoon ook wel bekijken), daarnaast doen ze tenminste ook niet zo moeilijk over een paar kilo extra in je ruimbagage (en ik neem liever te veel mee dan te weinig). Bovendien hebben we meer beenruimte gehad dan ooit tevoren (en dat is best prettig als je allebei één meter tachtig lang bent). Last but not least zijn die IJslanders beslist geen onaangename mensen om naar te kijken tijdens een ruim zestien uur durende vlucht (lees: knap volk dat zomaar model kan hebben gestaan voor de wereldberoemde popjes Barbie & Ken, vandaar wellicht dat roze vliegtuig?).

Een droom komt uit…

Tijdens onze overstap op Reykjavik kwam al meteen een grote droom in vervulling: ik werd er tussenuit gepikt voor een willekeurige controle door de douane. Nu is mijn guilty pleasure al jaren dat ik voor elke reis zowat een halve kilo proteïnepoeder meeneem naar het buitenland (tsjah, je bent een gymjunkie of je bent het niet: I just need my protein). Het leek me altijd hilarisch als zij dan zouden denken dat ik drugs aan het smokkelen was en er dan na veel consternatie met zijn allen zouden achterkomen dat het slechts om onschuldig eiwitpoeder gaat. In mijn geval ging het allemaal supersnel: ik moest mee naar een spannend kamertje ergens achter de beveiliging waar mijn handen, schoenen en buik werden afgenomen met een doekje dat vervolgens in een apparaatje verdween dat constateerde dat ik geen terrorist of drugssmokkelaar was. Had me er eigenlijk wat spectaculairders van voorgesteld, maar die ervaring kon in elk geval van de bucketlist worden gestreept.

Big, bigger, biggest

Na een relaxte vlucht waarbij ik ongegeneerd het complete nieuwe seizoen van de serie Outlander heb zitten bingewatchen (aanradertje) viel de aankomst in Amerika een beetje tegen. Het duurde uuuren om door de douane te komen en we kwamen er meteen achter dat ze behoorlijik van de regeltjes zijn. Moet je net mij hebben: ik haat autoriteit. De SUV die we na urenlang wachten mochten uitzoeken bij het autoverhuurbedrijf maakte wel een hoop goed. Aangezien alles in dit land draait om groot, groter, grootst besloten we de allerdikste wagen uit te kiezen die we konden vinden: een Nissan Pathfinder (size does matter guys, sorry not sorry)! Vantevoren dacht ik dat ik het lastig zou vinden om in zo’n grote automaat te rijden maar dat went supersnel. Ook fijn dat je in Amerika gewoon rechts moet rijden en redelijk dezelfde verkeersregels kunt aanhouden als thuis (al waren we wel in de war bij gelijkwaardige kruispunten en kwamen we er na veel getoeter pas achter dat je in de USA altijd rechtsaf mag slaan, zelfs als het stoplicht op rood staat).

Smoke weed everyday

Het is wel een beetje verwarrend dat je in de ene Amerikaanse staat hele andere regels hebt dan in de andere staat. Zo mag je in de staat Californië sinds dit jaar gewoon wiet kopen en roken voor recreatief gebruik, terwijl dat in andere staten absoluut verboden is. Nu blow ik zelf al jaren niet meer, maar het voelde op een Amsterdamse manier als thuis toen we die eerste avond in ons roadside motel middenin de wietdampen lagen te slapen. De volgende dag zijn we de drukte van de stad meteen ontvlucht en begonnen aan onze roadtrip richting de Grand Canyon via Kingman en de Route 66. Onderweg hebben we onze beentjes gestrekt bij het Mojave National Preserve, waar we na een fikse wandeling in de bloedhitte van de Amerikaanse woestijn werden beloond met een fenomenaal uitzicht op het grootste Joshua Tree park ter wereld (die Joshua Trees zijn een soort cactusbomen die alleen voorkomen in het zuidwesten van Noord-Amerika, dus die moet je uiteraard gezien hebben als je er dan toch bent). Ondertussen blies de loeihete wind als een föhn in ons gezicht en hadden we veel te weinig water meegenomen. Ik schrok me kapot van de hagedisjes die steeds onder onze voeten wegschoten, Mirjam schrok zich dood van een eng uitziend terror woestijnkonijn en we schrokken ons samen de touwtyfus toen we erachter kwamen dat er ook nog ratelslangen voorkwamen (maar verder ging onze eerste hike best lekker hoor).

The mother road

Wat je natuurlijk echt moet doen als je in deze regio bent, is een stuk over de epische Route 66 rijden. Deze historische autoweg is bijna vierduizend kilometer lang en loopt van links naar rechts dwars door Amerika. In 1985 werd de US66 officieel opgeheven nadat het Interstate Highway System het langeafstandsverkeer had overgenomen. Daardoor wordt de legendarische route nu enkel en alleen gebruikt door toeristen en liefhebbers, waardoor je er heerlijk rustig en ontspannen kunt rijden. Een mooi stuk vonden wij de bergroute richting Oatman: een geinig westerndorpje waar zogenaamd wilde (maar stiekem best wel tamme) ezels hun snuit door je autoraam steken op zoek naar wat lekkers (en waar alles dus stinkt naar ezelpoep). Wij kwamen later op de dag aan in dit oude mijndorpje waardoor de straten redelijk verlaten waren (op de ezels na), maar blijkbaar kan je in dit dorpje overdag herbeleven hoe het er vroeger aan toeging in het wilde westen. Het zag er allemaal een beetje tacky uit en ik denk niet dat we veel gemist hebben aan de nagespeelde westernshows (wellicht leuk voor als je reist met kleine kindjes, of er zelf nog eentje bent).

Hysterische route

Wij hebben keihard gelachen om de typisch overdreven Amerikaanse schreeuwerige tankstations langs de route 66, inclusief hysterisch interieur en snoeiharde rockmuziek. Net één grote kermis, vooral bij de dorpjes Seligman en Williams waar van alles op straat staat: van verroeste oldtimers tot oude motoren en maffe verkeersborden. Zelfs het eten hebben de trotse inwoners opgeleukt met bijpassende namen (de ‘Road Rage Tosti’ smaakte in elk geval prima). Vanaf deze dorpjes is het niet ver meer rijden naar de Grand Canyon: een superbrede en megadiepe kloof in de aarde (duhhh, wie kent hem niet?). Van tevoren stel je je er van alles bij voor, maar als je er dan daadwerkelijk aankomt is de grootsheid niet te bevatten. Ook al ben je ervoor gewaarschuwd, ken je de plaatjes van het internet en heb je gelezen dat de twee miljard jaar oude kloof 435 kilometer lang en tot wel 30 kilometer breed is… Pas als je aan de rand staat begrijp je waarom die zo genoemd is. Very fucking GRAND indeed!

Grand Canyon

Als je naar de Grand Canyon toegaat moet je kiezen of je naar de wat rustigere North Rim rijdt of de drukkere South Rim. Wij houden er over het algemeen van om hordes toeristen te vermijden, maar hebben toch voor de zuidkant gekozen omdat het uitzicht daar wat spectaculairder zou zijn. Bovendien vonden wij het wel chill om lekker de auto te parkeren en in de gratis pendelbus te stappen die stopt bij alle mooie uitzichtpunten. Je kunt natuurlijk ook helemaal naar beneden hiken, maar dan moet je een overnachting fiksen op een camping omdat het geen mens lukt om op één dag naar beneden en weer terug naar boven te klauteren. Uiteraard kan je ook met een helikopter over het gebied vliegen of met een klein bootje over de Colorado River raften, maar dan ben je echt een klap geld kwijt en ik weet niet of dat het nou waard is. Wij vonden het al geweldig om aan de rand van de Grand Canyon te wandelen en ons te vergapen aan het uitzicht (wij hebben dan ook niet zo veel nodig in het leven: geef ons de vrije natuur en we zijn gelukkig).

Horseshoe Bend

Het rode gesteente van de Grand Canyon wordt op zijn mooist gewaardeerd vlak na zonsopkomst of even voor zonsondergang. Het wordt daarom aanbevolen om rond deze tijden de canyon te bezoeken. Wij hadden echter het tempo erin zitten en vonden één dagje rondhangen bij dit Nationaal Park wel voldoende, dus zijn wij vol gas doorgereden naar de Horseshoe Bend vlakbij Page. Daar zagen we hoe de blauwgroene Colorado River in de vorm van een hoefijzer door het rode gesteente kronkelde. Bovendien bestaat dit natuurverschijnsel uit precies hetzelfde rode gesteente als de Grand Canyon en is die dus net zo spectaculair met zonsondergang (laat dat nou precies het tijdstip zijn waarop deze controlefreak had gemikt tijdens het maken van de reisplanning, gnagnagna). Beetje jammer dat wij niet de enige waren die van dit magische momentje wilden genieten. De parkeerplaats stond vol touringcars en overal liepen grote groepen Chinese toeristen te doen wat zij nu eenmaal altijd overal doen: asociaal veel lawaai maken en achterlijk veel foto’s nemen. Om die drukte een beetje te omzeilen en te voorkomen dat ik mensen zou gaan slaan, zijn we een stuk naar rechts gelopen. Daar vonden we een plekje aan de kloof helemaal voor onszelf terwijl de lucht langzaam roze en paars aan het kleuren was. So much better than tv… Ben jij benieuwd naar de rest van onze reis door Amerika? Lees dan mijn volgende blog.