Amerika. Het land van onbegrensde mogelijkheden: the American Dream. De Verenigde Staten zijn met meer dan 325 miljoen inwoners het op twee na grootste land ter wereld in bevolking (na China en India) en in oppervlakte (na Rusland en Canada). Je kunt er simpelweg niet omheen. Ik dacht het land wel te kennen van films, televisieseries, het journaal of de krant. Bovendien kon ik de Amerikanen al verstaan toen ik nog maar een klein meisje was, omdat ik luisterde naar hun taal op tv terwijl ik meelas met de Nederlandse ondertiteling (handig: een moeder die ‘The Bold & The Beautiful’ keek, nu niet meer hoor!). Langzamerhand had ik me er een beeld van gevormd en werd ik steeds nieuwsgieriger naar dit gigantische land en hoe het er écht zou zijn. Zoals dat altijd gaat met bestemmingen trekken ze je op een gegeven moment zó hard aan dat je er naartoe MOET. In september van dit jaar was het EIN-DE-LIJK zo ver en heb ik met een vriendin een epische roadtrip langs de westkust gemaakt. In mijn vorige blog kon je alles lezen over onze eerste dagen in de USA: Route 66, Grand Canyon en Horseshoe Bend. In deze blog lees je meer over nóg meer canyons en een aantal prachtige nationale parken.

Met een indiaan de canyon in

In plaats van alleen maar naar een canyon te kijken en eroverheen te hiken is het natuurlijk veel leuker om erin te duiken. Bij de Grand Canyon kozen we ervoor om netjes langs het randje te lopen en voorzichtig naar beneden te gluren hoe diep die is (VERY DEEP). Bij de Antelope Canyon mochten we onder leiding van een Navajo gids daadwerkelijk vijfenveertig meter de grond in. Dat is namelijk niet zomaar een canyon maar een slot canyon, wat betekent dat de smalle kloven door water- en modderstromen zijn uitgesleten in plaats van door een rivier. Zooo vet om van zó dichtbij naar de prachtige patronen te koekeloeren die in de muren zijn ontstaan door modderstromen die hier doorheen razen tijdens de moesson! De kleuren zijn ook écht fenomenaal: wist niet dat er zoveel natuurlijke tinten rood en roze bestonden. Omdat de zonnestralen door smalle openingen naar binnen schijnen en bijzondere lichteffecten geven is het er bovendien een walhalla voor fotografie. Overigens is het bezoeken van zo’n slot canyon niet helemaal zonder gevaar: in 1997 zijn er nog elf mensen omgekomen tijdens onverwachte regenval en in 2006 is de canyon bijna een half jaar gesloten voor bezoek vanwege gevaarlijke modderstromen. Woepsie! Tijdens ons bezoek was er gelukkig geen vuiltje aan de lucht. Don’t worry mommy: still alive and kicking!

Eeuwenoude rotswoningen

Aangezien we na ons bezoekje aan de canyon toch de hele middag door Navajo Reservaat reden besloten we geheel cultureel verantwoord ook effe een kijkje te nemen bij de ruïnes van hun eeuwenoude rotswoningen. De oorspronkelijke Amerikanen woonden vroeger in de grotten van deze kliffen, waar ze duizend jaar geleden zelfs complete huisjes in hadden gemetseld. Er schijnen ook rotswoningen bewaard te zijn gebleven uit de elfde eeuw die enkel te bereiken zijn met touwladders waardoor men vijanden op afstand kon houden. Dat had me supervet geleken om te zien, maar ik vrees met grote vreze dat ik vanwege mijn hoogtevrees zo’n touwladdertje toch mooi de touwtyfus had laten krijgen (aan een parachute uit een vliegtuig springen vind ik geen probleem, maar zo’n wiebelend touwladdertje bezorgt me de kriebels). Tijdens de autorit keken we onze ogen uit in het gebied. Het viel ons op dat de Navajo naast het begeleiden van tours aan toeristen vooral moeten zien rond te komen van de verkoop van wat kralenkettinkjes via armoedige marktkraampjes langs de weg. Toch triest om te zien wat er van zo’n mooie cultuur terecht is gekomen in de hedendaagse Amerikaanse samenleving. Tel daarbij op de vele borden langs de kant van de weg die waarschuwen voor de negatieve gevolgen van methamfetaminegebruik en je krijgt een beetje een beeld van de problematiek in dit deel van Amerika. Wij durfden in elk geval niet uit te stappen op de vele plekken waar vervallen campers in een soort trailerpark opstelling stonden geparkeerd (daarvoor hebben wij ietsjepietsje teveel afleveringen van Breaking Bad gekeken).

Monument Vally

Hoogtepuntje van het Navajo gebied is tevens één van de meest gefotografeerde gebieden van Amerika: Monument Valley. Als je het mij vraagt geheel terecht dat deze omgeving als decor dient voor allerlei western films en reclames. Helemaal tof dat je het park op eigen houtje mag verkennen en je daardoor dichtbij de reusachtige rode rotsformaties kan komen. De Navajo geloven dat niet alleen mensen maar ook dieren en natuurlijke objecten een ziel hebben. Ik kan me daar helemaal in vinden… Dit gebied en de rotsen zijn zó onbeschrijflijk mooi, geen foto of woord kan dat zo uitdrukken dat het recht doet aan de beleving. Deze plek zie je niet alleen, deze plek voel je in het diepst van je ziel en dat maakt het bijna een spirituele ervaring. Wat ook met geen pen te beschrijven valt is de grootsheid van dit ruige landschap. Op de kaart lijkt het alsof de nationale parken relatief dicht bij elkaar liggen, maar in de praktijk zit je urenlang in de auto tussen de bezienswaardigheden door. Beslist geen straf, want het landschap is prachtig en het autorijden cruciaal onderdeel van de ultieme roadtrip experience. Alleen een beetje teleurstellend dat ik van mijn vriendin niet mocht meezingen met de lekkere playlistjes die we ondertussen luisterden. Tip van flip voordat je naar Amerika gaat: download zoveel mogelijk playlistjes op je Spotify en Soundcloud accounts zodat je die zonder internetverbinding kan beluisteren. Music was my first love, and it will be my last!

Arches National Park

Wat je beslist niet mag missen als je naar de USA gaat voor de nationale parken is Arches National Park. De naam zegt het eigenlijk al: dat park staat vol met markante boogvormige rotsformaties. Wij kozen ervoor om een hike te ondernemen naar Delicate Arch: een zestien meter hoge vrijstaande natuurlijke boog van zandsteen. Het was nog best een pittige klim naar de top in de bloedhitte van de woestijn, maar het was het absoluut waard. Want je weet wat de Insta meisjes met zogenaamd diepzinnige quotes zeggen hè: ‘the best view often comes after the hardest climb’. Blablabla. En dan natuurlijk een bloedmooie foto van jezelf posten waarbij je net doet alsof je hard nadenkend over de essentie van het leven in de diepte van een ravijn zit te turen, terwijl je feitelijk dondersgoed weet dat er een foto van je wordt gemaakt en je alleen maar bezig bent om knap te kijken. Goh, wij hebben wat afgelachen om alle toeristen om ons heen met overdreven mooie jurken aan (alsof je een fucking wandeltocht in de woestijn gaat ondernemen in een avondjurk, kom op zeg). Mensen die miljoenen foto’s van zichzelf lieten maken en hun partner passief aggressief sommeerden om de foto net zolang opnieuw te blijven maken totdat die blijkbaar Instawaardig genoeg was. Nou, daar hadden wij dus geen zin in. Wij reizen voor ons eigen plezier en de foto’s zijn voor ons een herinnering van een mooie ervaring, geen doel op zich. Zo treurig dat mensen reizen en fotograferen om aan de wereld te laten zien hoe zogenaamd perfect hun leven is (of om meer volgers te krijgen op Insta, die je overigens ook gewoon kunt kopen om populairder te lijken, want zo fake is dat medium inmiddels geworden). Op onze foto’s zie je dus gewoon twee blije meisjes met simpele sportkleertjes aan (want dat wandelt tenminste comfortabel).

Capitol Reef National Park

Wat je trouwens ook moet doen als je naar Amerika gaat is een pasje aanschaffen waarmee je toegang krijgt tot alle nationale parken. Na het bezoeken van twee parken heb je het geld van zo’n pasje alweer terugverdiend. Als je helemaal slim bent dan kijk je vantevoren eventjes op Marktplaats, waar die pasjes worden aangeboden door reizigers die alweer zijn teruggekeerd naar Nederland. Het pasje is namelijk een jaar geldig (en de meeste mensen gaan niet zo lang op reis en doen er daarna toch niks meer mee). Nadat wij dagenlang door de nationale parken in de stoffige rode woestijn hadden gereden, kwamen we eindelijk een oase van groen tegen in Capitol Reef National Park. Mooi rood is niet lelijk, maar ik moet zeggen dat ik toch wel gesteld ben op bomen en alles wat groeit en bloeit (en die heb je niet zo veel in de woestijn). Extra chill dat we van de Mormoonse beheerder verse appels mochten plukken in één van de vele boomgaarden die het park rijk is. Ik vond ze altijd een beetje weird: die mormonen met hun fanatieke sektarische geloof en polygamie. Echter was deze Mormoonse man best aardig (geef me te vreten en je bent mijn vrieeend). Hoop niet dat ‘ie een leuke vijfde vrouw in me zag, al vermoed ik dat ik met al mijn tattoos en onorthodoxe kleding toch niet helemaal zijn type was (fjoeeew, heeft mijn vader ook weer rust, al was die eerder bang dat ik verliefd zou worden op een stoere biker of een vrije surfdude en nooit meer terug zou keren naar Nederland).

Wildlife

Naast Mormonen liepen er allemaal lieve wilde diertjes rond in het nationaal park, zoals een schattige chipmunk die voor onze ogen een nootje ging eten. OH MY GOD! Heb je ooit een grondeekhoorn een nootje zien eten? Niet? Zet dat dan meteen op je bucketlist! We hebben sowieso best veel wildlife gespot die eerste dagen in Amerika: van hele kudden wilde paarden en halftamme ezels tot herten, eekhoorntjes en terrorkonijnen. Ik wilde ook graag een gevaarlijke slang zien, maar geloof dat mijn travelbuddy daar wat minder op zat te wachten. Verder vonden we Capitol Reef best een aardig park, maar stukken minder spectaculair dan bijvoorbeeld Grand Canyon, Monument Valley of Arches. Je zou misschien denken dat als je één canyon hebt gezien, dat je ze allemaal hebt gezien. Da’s dus niet waar: elke canyon is weer anders. Daar kwamen we achter na een pittig rondje lopen door Bryce Canyon (en elk rondje is weer anders). Dat is officieel niet eens een canyon maar een gigantische geërodeerde rots, terwijl een échte canyon een door erosie diep uitgesleten rivierdal is met steile rotswanden. Bij Bryce ontbreekt het riviertje (klein detail) maar ze hebben het voor het gemak toch maar een canyon genoemd. Who cares? Riviertje of niet: het is er prachtig.

Bryce Canyon

Why the hell is Bryce so nice? Het is net een soort gigantisch amfitheater of druipsteenkasteel, gecreëerd door een natuurlijk proces van vijfenzestig miljoen jaar vriezen en dooien waardoor de rotsen stukje bij beetje verder uitslijten. Die afgesleten toppen zorgen wederom voor formaties die in het zonlicht van kleur veranderen. Variërend van rood tot wit met ertussen diverse tinten roze en oranje: net een soort megagrote sorbet. Voelde me helemaal Alice in Wonderland en verwonderde me over de schoonheid van deze bijzondere plek. Wij kozen ervoor om een hike te maken dwars door het hele park, zodat we niet alleen van bovenaf op de rotsen konden uitkijken maar ook echt tussen de pinnacles door konden lopen. Man, wat voelde ik me heerljk klein en nietig tussen die enorme aardpiramiden. Wandelen in de natuur is zo goed voor je! Het plaatst je dagelijkse probleempjes en beslommerinkjes in een groter perspectief, waardoor je ze gemakkelijk kunt relativeren en inziet wat écht belangrijk is in het leven. Na de wandeling zijn we blijven hangen tot de zon onderging, want in dat gouden uurtje voor zonsondergang kwamen de kleuren nóg beter tot hun recht. Ben jij benieuwd naar de rest van onze reis door Amerika? Lees dan mijn volgende blogs!